Blog : proza

Het Boek van het Niet Weten

Het Boek van het Niet Weten

Toen ik een jaar of zeven, tien, twaalf was, ik weet het niet precies: kind, stelden mijn ouders af en toe voor om ‘een dia-avondje’ te doen. Dat vervulde mij en mijn broer en zus met grote opwinding. Het betekende het verduisteren van de huiskamer, gevloek van mijn vader als hij met de diaprojector worstelde, en dan plots de beloning van een beeld van licht, groter dan het leven zelf. Verrassingen! Stukjes vroeger, magisch-stralend herrezen. Opwinding, bij het herkennen en herleven van het stukje. “Dat was toen we gingen kano├źn met Piet en Marij en de kinderen!” “En toen Ronnie omsloeg!” “Nee, dat was niet toen. Dat was een andere keer! Toen Ben en Sjan erbij waren!”

Rammel-schuif-klik. Gevloek van mijn vader: het is drie keer dezelfde dia die tevoorschijn blijft komen. Rammel-schuif-klik. Rammel-schuif-klik. Eindelijk een nieuwe. Maar nu zit hij of zijn kop. Gevloek, gemorrel. Mijn vader doet de dia opnieuw in het doosje. Er komt een beeld dat we secondenlang niet herkennen terwijl het ons tegelijkertijd zeer vertrouwd overkomt. Ik voel me als door de bliksem getroffen. Deze plek, daar wil ik wonen, daar verlang ik te zijn! “Ons huis, in spiegelbeeld!” kraait mijn broer -niets is zo leuk als iets dat verkeerd gaat. En terwijl mijn vader opnieuw vloekt en morrelt, verzink ik in extatische verwondering. Ik zag een stralende, wonderlijke plek waar ik naar verlangde te zijn; en het was de plek waar ik woon. Maar alsof ik hem voor het eerst zag.

En sinds dat moment ben ik op reis. Naar het huis waar ik woon.

Naar de wereld zien alsof ik hem nog nooit gezien heb, en niets weet van wat ze me erover gaan vertellen.